Te gebruiken bij het fotograferen van vogels die op afstand stilzitten.
- Draai de modusknop naar
.
- Om continu beelden vast te leggen, drukt u op de
knop en selecteer [ Continu ].
[ Enkel ] (standaardinstelling): Er wordt één foto gemaakt telkens wanneer u op de ontspanknop drukt.
[ Continu ]: Zolang de ontspanknop helemaal ingedrukt is, worden er continu beelden vastgelegd. De camera kan continu tot ongeveer 7 beelden vastleggen met een snelheid van ongeveer 7 fps.
- Om continu beelden vast te leggen, drukt u op de
- Kader een vogel in de kaderrand (
).
- Bij de groothoekzoomstand wordt de kaderrand weergegeven om de beeldhoek aan te geven die overeenkomt met die van een 500 mm-lens (in 35 mm [135]-formaat) (standaardinstelling).
- U kunt de kijkhoek voor de kaderrand wijzigen door op de knop te drukken.
knop en selecteer [ Brandpuntsafstandselectie ].
- Druk op de
knop.
- De camera zoomt in, zodat het gebied binnen de kaderrand de volledige beeldhoek (brandpuntsafstand) inneemt. Gebruik de zoomregeling of de zijzoomregeling om de beeldhoek/zoompositie aan te passen aan de opnameomstandigheden.
- De camera richt zich op het gebied in het midden van het frame. Als u op de
knop, kunt u [ AF-gebiedsmodus ] instellen op [ Centrum (spot) ] (standaardinstelling), [ Centrum (normaal) ] of [ Centrum (breed) ]. Stel in op basis van de grootte van het onderwerp en het scherpstelbereik.
- Schieten.
De instelling voor de vogelkijkmodus
De instellingen [ Brandpuntsafstandselectie ], [ Continu ] en [ AF-gebiedmodus ] worden opgeslagen in het geheugen van de camera, zelfs nadat de camera is uitgeschakeld.